Op zaterdag 20 juni schreef Karel Verhoeven, hoofdredacteur van de Standaard, een editoriaal over hoe meer en meer labeling zorgt voor uitsluiting uit het onderwijs en de samenleving.
De stroom leerlingen richting buitengewoon onderwijs is de flagranste uiting van méér labeling
Dat zoveel meer mensen hun afwijkende omgang met de wereld laten bestempelen als autisme, zegt niet dat er meer afwijking is, maar wel dat er minder tolerantie voor die afwijking is. Het Vlaamse onderwijs excelleert erin. En de Vlaamse regering surft mee en zag lekkere kansen tot besparen.
Dat de Vlaamse regering 11 miljoen euro dacht te kunnen besparen op het vervoer van leerlingen met bijzondere zorgnoden is om tal van redenen een politieke blunder. Het incident bevestigt wat deze regering in petto heeft voor al wie “afwijkt”. Maar minister-president Matthias Diependaele en minister Annick De Ridder (beiden N-VA) vertolken op hun manier de tijdgeest. “Afwijkendheid” wordt in een razend tempo uit de mainstream geduwd. Dat gebeurt in de hele westerse wereld. De “autisme-epidemie” is er een van de belangrijkste symptomen van. Het aantal diagnoses is in twintig jaar tijd maal zeven of maal acht gegaan. Dat leidt bijvoorbeeld in het Vlaamse onderwijs tot een grootschalige exodus uit gewone scholen richting het buitengewoon onderwijs, typisch de kinderen die in de busjes worden rondgereden. Er zijn scholen die de voorbije vijf jaar 400 procent meer leerlingen kregen.
Die “autisme-epidemie” ligt niet aan schadelijke stoffen in het milieu, aan paracetamol tijdens de zwangerschap of aan vaccins. Het aantal autistische symptomen in de hele bevolking neemt ook niet toe, toont een onderzoeksreeks in De Standaard. Wat zo snel verandert, is dat ouders en kinderen meer onbehagen en lijden ervaren, ook bij minder zorgbehoevende symptomen. Ze zoeken naar de erkenning dat ze een objectiveerbare “afwijking” hebben, via het label “autisme”. Dat label geeft vervolgens toegang tot meer zorg. De stroom leerlingen richting buitengewoon onderwijs is er de flagrantste uiting van.
Het is niet in grootmoeders tijd, maar slechts vijf of tien jaar geleden dat veel kinderen die nu uit het regulier onderwijs “vluchten” er wel nog, min of meer, konden aarden. Hetzelfde geldt voor wat veel mensen ervaren die als langdurig zieke uitvallen. We weten hoe snel die groepen aangroeien. Wie de wereld “afwijkend” ervaart, gaat meer naar de kant. Zij voelen de tolerantie voor hun diversiteit verkleinen. Autisme is daardoor iets anders geworden dan in de jaren 70. Niet voor wie 24 uur op 24 zorg nodig heeft, maar wel voor die snel groeiende groep mensen die zo dankbaar is eindelijk een diagnose te krijgen en bevestigd te zien “dat het niet aan mij ligt” maar aan autisme.
Die nood aan een label maakt duidelijk hoezeer het onderwijs vernauwd is en meer uitsluit. Hetzelfde met de zorg. Het is voor jongeren nu al twee tot vier jaar wachten om in een gespecialiseerd centrum te worden onderzocht op autisme. En dan begint het lange aanschuiven voor gepaste zorg, onder meer wegens het acute gebrek aan kinderpsychiaters. Dan verrast toch het aplomb waarmee leden van de planningscommissie voor het medisch aanbod voorspellen dat we over zes jaar artsen op overschot zullen hebben. De quota voor het precieze aantal psychiaters voor 2032 liggen nu al vast. Het is een uiting van het dirigisme dat de mismatch tussen maatschappij en instellingen versterkt. Van een rechtse regering kan je verwachten dat ze niet te teerhartig is. Maar niet dat ze beleid voert dat de uiteindelijke kostprijs van onderwijs en zorg danig doet oplopen.
Dit is het dagelijkse commentaar van De Standaard. Het wordt geschreven door een vaste groep redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur, die reflecteren op het nieuws. Die reflectie is een mening, argumentatie of positie, in lijn met de redactionele waarden van De Standaard.