Op 17 december vond de eerste staten generaal plaats rond de consultatienota over de evolutie naar scholen voor iedereen. De staten generaal is een volgende stap in het beleidsproces op weg naar een eengemaakt onderwijssysteem. Maar vooraleer in te gaan op het belang en de werkwijze van de staten generaal, een korte schets van wat voorafging.

Met de invoering van het decreet leersteun (1 september 2023) werd beslist om een onafhankelijke commissie van experten, academici, onderwijsprofessionals en ervaringsdeskundigen de opdracht te geven om een advies uit te werken over de evolutie naar inclusief onderwijs in Vlaanderen. Hierbij moest in de langetermijnvisie en het actieplan aandacht zijn voor de rol van gewoon en buitengewoon onderwijs. De commissie kreeg een schooljaar de tijd om het advies uit te werken. De commissie inclusief onderwijs legde haar adviesrapport ‘Evolutie naar scholen voor iedereen’ neer op 30 juni 2024. Dit viel na de verkiezingen van 2024 en voor de nieuwe Vlaamse regering was geïnstalleerd. Het was afwachten of de nieuwe minister van onderwijs het rapport ter harte zou nemen.
Maar kijk, meer dan 30 jaar na de Salamanca overeenkomst (1994) lezen we voor het eerst in een Vlaamse beleidsnota dat er stappen moeten gezet worden naar een inclusief onderwijs. In haar beleidsnota 2024-2029 lezen we onder Strategische doelstelling 7 Blijven inzetten op zorg, inclusie en maatwerk (blz. 48)
“Naar aanleiding van het rapport van de onafhankelijke Commissie Inclusief Onderwijs organiseren we een Staten-Generaal. In een co-creatief traject formuleren de stakeholders concrete en gedragen realistische voorstellen over de evolutie naar meer inclusief onderwijs. Daarbij gaat aandacht naar de rol van het gewoon onderwijs, het buitengewoon onderwijs en de leersteuncentra. Uitgangspunten zijn kwaliteitsvol onderwijs voor álle leerlingen, de haalbaarheid voor de leraar en het versterken van de schoolteams en de leraar in de klas.”
Niets te vroeg.
Dat ons gesegregeerd onderwijssysteem onder druk staat en niet meer voldoet aan de maatschappelijke context lezen we elke week in de krant. Ondanks GOK/SES-middelen, zorguren en leersteun nemen de ondersteuningsvragen in het gewoon onderwijs toe, blijft het aantal leerlingen in het buitengewoon stijgen en zijn er meer dan 30000 ‘thuiszitters’ (uit gewoon en buitengewoon) verstoken van elke vorm van onderwijs. Het is duidelijk dat in ons gefragmenteerde onderwijssysteem de samenwerking tussen leersteuncentra, CLB’s, PBD’s en scholen onvoldoende rendeert. Bovendien stelt het rapport ‘Buitengewoon onderwijs: toegang en uitstroom’ van het Rekenhof dat Vlaanderen geen evolutie kent richting inclusief onderwijs. Door het stijgend aantal leerlingen is er een capaciteitstekort in het buitengewoon onderwijs en houden de verslagen die het CLB opstelt en de leerling toegang geven tot het buitengewoon onderwijs onvoldoende rekening met het recht van de leerling op inclusief onderwijs. De audit van het Rekenhof toont ook een sterke samenhang tussen kansarmoede en instroom in het buitengewoon onderwijs. Het aandeel kansarme leerlingen ligt er boven de 50 procent tegenover 33% in het gewoon onderwijs. Ook de effectiviteit van het buitengewoon onderwijs wordt in vraag gesteld. Leerlingen uit het buitengewoon onderwijs stromen nl. minder vlot door naar de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs. Dat Vlaanderen vandaag nog steeds de rode lantaarn in Europa draagt op vlak van inclusief onderwijs is dus niet te verwonderen.
We zouden het bijna vergeten: door de ratificatie in 2009 van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap we engageerden ons tot het afbouwen van een onderwijssysteem dat bestaat uit twee aparte circuits.
De situatie is ernstig maar niet hopeloos.
Geschiedenis schrijven
De nieuwe Vlaamse minister van Onderwijs Zuhal Demir vat de koe bij de horens. In de loop van 2025 vervelt een voorbereidende visienota tot consultatienota en die wordt op 28 november goedgekeurd door de Vlaamse regering. De eerste van vijf staten generaal kon met enige vertraging van start gaan.
De kern van die consultatienotie omvat een heuse systeemverandering want ...
“Enkel een gerichte verandering in het systeem én ook maatschappelijk en over beleidsdomeinen heen (welzijn, werk, inburgering, medisch, …) kan deze problemen wezenlijk oplossen.”
Met die systeemverandering beoogt het onderwijsbeleid verschillende doelen:
De staten generaal heeft als doel om alle betrokken stakeholders toe te laten te reflecteren op de inhoud van de consultatienota, feedback te formuleren en deze te verrijken. Via een participatief proces dient de staten generaal uiteindelijk concrete en gedragen voorstellen te formuleren over de aanpassing en verdere implementatie van de consultatienota. In dit co-creatief proces staan dialoog en samen zoeken centraal. Het is een doordacht traject dat moet leiden tot een strategienota die over meerdere beleidsperiodes de ontwikkeling van een inclusief onderwijssysteem zal sturen.
Zeg nooit nooit.