Het onderwijs staat er niet alleen voor.
De inclusieve schoolcultuur en -organisatie, de evolutie van elke school gewoon en buitengewoon onderwijs naar een school voor iedereen, gepaste en voldoende ondersteuning zo dicht mogelijk bij de klasvloer en professionalisering van alle betrokkenen vormen de basis voor de evolutie naar scholen voor iedereen. Toch is het ontwikkelen van een inclusief onderwijssysteem niet de verantwoordelijkheid van onderwijs alleen. Het is een maatschappelijke opdracht die onderwijs overstijgt en niet kan zonder de samenwerking met andere beleidsdomeinen zoals welzijn of gezondheid.
Waarom is dat zo belangrijk?
- In Vlaanderen haalt 1 op 7 jongens geen diploma secundair onderwijs (meisjes 1 op 10), in Antwerpen en Brussel is dat zelfs 1 op 5.
- Van alle Europese landen heeft Vlaanderen het meeste aantal leerlingen in een apart onderwijs (>5%), het Europese gemiddelde is 1,8%, een derde heeft minder dan 1% leerlingen in een apart onderwijs.
Inclusie is een gelaagd concept. Het is in de eerste plaats een ethisch begrip dat richting geeft in hoe om te gaan met diversiteit en verschillen, segregatie en uitsluiting en de gevolgen hiervan. Dat vinden we terug in het mensenrechtenperspectief dat vanuit verschillende verdragen inclusie als waarde promoot om discriminatie en uitsluiting t.a.v. bepaalde groepen tegen te gaan. Het ratificeren en ondertekenen van deze verdragen verplicht ons om de uitsluitingsmechanismen o.a. inherent aan maatschappelijke structuren en systemen weg te werken en volwaardige participatie van eenieder, ongeacht, mogelijk te maken.
Bijgevolg:
- Dienen alle beleidsdomeinen werk te maken van inclusie
- Is een inclusief beleid nodig waarbij verschillende beleidsdomeinen samenwerken en elkaar versterken
Het onderwijs staat er niet alleen voor
Een inclusief onderwijssysteem creëert de voorwaarden die nodig zijn om het risico op schooluitval te verminderen en het apart opgroeien van kinderen en jongeren met specifieke beperkingen tegen te gaan. Zo komen we al snel op het kruispunt tussen onderwijs en welzijn.
Bv. kinderen en jongeren met complexe en intensieve ondersteuningsnoden, leerlingen die geplaatst zijn in een pleeggezin of de jeugdhulp, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen of jongeren met bepaalde psychische problemen ... zijn gebaat met een gecombineerde ondersteuning afkomstig van onderwijs, welzijn, jeugdhulp of gezondheidszorg. Het overstijgt de ondersteuning die een schoolteam alleen kan bieden. Het betreft ook ondersteuning of hulpverlening die nodig is in de thuiscontext, van hieruit vertrekt en eventueel kan doorlopen in de school.
Binnen één inclusief onderwijssysteem, gaan we ervan uit dat de zorgmogelijkheden die welzijnsorganisaties aanbieden geïntegreerd worden in de schoolcontext. Deze structurele samenwerking krijgt gestalte via samenwerkingsverbanden tussen scholengemeenschappen en -groepen en welzijnsorganisaties. Zo wordt vermeden dat elke school deze samenwerkingen zelf moet vormgeven.
Om dit te realiseren is er nood aan:
- Afstemming tussen beleidsdomeinen onderwijs en welzijn
- Op basis van een gedeelde visie op inclusief onderwijs
- Met betrekking tot geïntegreerde onderwijs- en zorgarrangementen voor deze kinderen.
- Vanuit een kader met gezamenlijke doelstellingen voor de samenwerking
- Een aangepast systeem van toewijzing en financiering van ondersteuning gebaseerd op de ondersteuningsnoden
- Een gezamenlijk beleid in de scholengemeenschappen, -groepen en CLB’s i.f.v. de zorg en onderwijs van kinderen en jongeren met complexe en intensieve ondersteuningsnoden.
Concreet
bv. de persoonlijke assistentie gaat mee naar school en in de klas,
bv. de therapeutische of paramedische ondersteuning voor thuis loopt door op school of omgekeerd
bv. maatschappelijk werkers die als bruggenbouwers een kwetsbare thuissituatie verbinden met de schoolcontext
bv. leerlingen worden na schooltijd naar het revalidatiecentrum of MFC gebracht voor extra specifieke therapeutische ondersteuning
bv. multifunctionele centra (MFC) zetten personeel in in scholen ten behoeve van leerlingen met complexe en intensieve ondersteuningsnoden, samen wordt een gezamenlijk beleid ontwikkeld over het onderwijs en de zorg voor deze leerlingen binnen de school.
Voorbeelden uit andere landen
Finland
- Onderwijs en jeugdgezondheidszorg zijn geïntegreerd in multidisciplinaire teams in scholen, waaronder leraren, psychologen en schoolverpleegkundigen.
- De wet op de welzijnsdiensten voor leerlingen zorgt ervoor dat elke leerling toegang heeft tot lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg via de school
- Scholen werken nauw samen met sociale en gezondheidsdiensten om leerlingen met speciale behoeften te ondersteunen.
- Scholen regelen de gezondheidszorg voor leerlingen niet alleen, ze zijn wettelijk aangesloten op bredere gemeentelijke zorgnetwerken.
- Maatschappelijk werkers werken samen met gezinnen om ervoor te zorgen dat leerlingen met mentale problemen zowel op school als thuis ondersteuning krijgen.
- Bv. Als een leerling worstelt met angsten, werkt de schoolpsycholoog samen met zowel leerkrachten als professionals in de geestelijke gezondheidszorg om een persoonlijk ondersteuningsplan op te stellen.
Denemarken
- Elke gemeente heeft een kinder- en jeugdcomité die de efficiënte samenwerking tussen scholen, gezondheidswerkers en maatschappelijk werkers organiseert.
- Scholen handelen complexe zaken niet alleen af, ze kunnen doorschakelen naar lokale teams met psychologen, therapeuten en kinderbescherming.
- Het PPR-systeem (Pedagogical Psychological Counseling, Pædagogisk Psykologisk Rådgivning) biedt:
- Gespecialiseerd assessment voor kinderen met leer- of psychologische problemen.
- Samenwerking tussen scholen en therapeuten om geïndividualiseerde ondersteuningsplannen op te stellen.
- Training voor leerkrachten om met leerlingen met speciale behoeften om te gaan.
- De samenwerking tussen verschillende instanties zorgt ervoor dat geen enkel kind over het hoofd wordt gezien.
- Schoolmaatschappelijk werkers en psychologen verminderen barrières voor zorg.
- Bv. voor een leerling met gedragsproblemen worden op school bepaalde interventies gedaan, maar het gezin krijgt ook een maatschappelijk werker toegewezen om de problemen thuis aan te pakken.