Gepubliceerd op,16/06/2023

Aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs stijgt.

Het Belang van Limburg 3 aug. 2023. Liliana Casagrande

Het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs is de laatstevol jaar met maar liefst 13 procent gestegen. "Van meer inclusie - wat nochtans de bedoeling was - is dus geen sprake“, zegt Vlaams Parlementslid Johan Danen (Groen).

In Vlaanderen zit bijna één op de tien elfjarige jongens in het buitengewone onderwijs

Het Belang van Limburg 3 aug 2023

Afgelopen schooljaar zaten er 53.575 leerlingen in het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen. “In de aanloop naar de invoering van het M-decreet (in 2015) is het aantal leerlingen even gedaald. Maar intussen is de stijging al jaren weer een feit", zegt Johan Danen. Het Groen- parlementslid analyseert de cijfers sinds schooljaar 2017-2018. In dat jaar zaten er in totaal 46.697 leerlingen in het buitengewoon kleuter, lager en secundair onderwijs. Vergeleken met 2022-2023 — cijfers die binnenkort officieel worden — is dat een verschil van 6.878 leerlingen. Of plus 13 procent.

In mei rekende Danen al op basis van voorlopige cijfers uit dat het aantal kleuters in vijf jaar tijd met 38 procent is toegenomen. “Maar we zien dus ook een toename in het lager en secundair onderwijs. In één jaar tijd zijn er al 1.453 leerlingen bijgekomen.”

Aparte werelden

Nochtans zijn de decreten — eerst het M-decreet, nu het leersteundecreet dat vanaf september in gaat — net geschreven om het Vlaamse onderwijs inclusief te maken, om het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs te doen dalen. “Vlaanderen heeft de meeste leerlingen in het buitengewoon onderwijs van heel Europa”, zegt Danen. “Andere regio‘s slagen er beter in om inclusief onderwijs te organiseren. In Vlaanderen zit intussen al bijna één op de tien elfarige jongens in het buitengewoon onderwijs. Waarom die cijfers hier zo snel toenemen, weten we gewoonweg niet. De slinger is in elk geval veel te ver doorgeslagen. Veel kinderen kunnen ook in het gewoon onderwijs terecht. Daar moet onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) dringend iets aan doen. Het gewoon onderwijs en het buitengewoon onderwijs blijven twee aparte werelden, terwijl dat niet zo zou moeten zijn.”

Volgens Danen is dat hoge aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs het gevolg van een gebrek aan omkadering in het gewoon onderwijs. “Dat is te weinig voorzien op leerlingen met een beperking.” Meer kinderen in gewone scholen zou ook het vervoersprobleem oplossen. Nu moeten leerlingen uit het buitengewoon onderwijs vaak zeer Iang op de bus zitten om ver van huis naar school te gaan. “Zo kunnen ze ook hun sociaal netwerk dicht bij huis beter uitbouwen. Omgekeerd Ieren sterkere leerlingen ook omgaan met diversiteit.”

“Het beste voor elk kind”

“Groen weigert te aanvaarden dat niet elk kind met elke beperking terecht kan in elke gewone school“, reageert onderwijsminister Ben Weyts op de kritiek. “Daarom gaan we resoluut door met investeren in nieuwe plaatsen in het buitengewoon onderwijs. Gewoonweg omdat dat voor veel kinderen het beste is. Daarnaast zorgen we ervoor dat leerkrachten via het leersteundecreet en nieuwe leersteuncentra beter worden ondersteund om kinderen met zorgnoden zoveel mogelijk op te vangen in het gewoon onderwijs.”

Middenklasse

“Dat er in Vlaanderen veel leerlingen in het buitengewoon onderwijs zitten, is onder meer het gevolg van een historische keuze”, zegt Ria Conings, directeur Onderwijs van Vrij CLB Limburg. “In de jaren 70 is beslist om parallel onderwijs in te richten voor bepaalde leerlingen.” Cor Meijer, directeur van het European Agency for Special Needs and Inclusive Education, omschreef die situatie enkele jaren geleden in Klasse nog als “remmende voorsprong”. Vlaanderen was namelijk een van de eerste regio’s die rekening hielden met speciale onderwijsbehoeften.

Overstappen naar inclusief onderwijs is daarom niet zo eenvoudig. “Daar heb je een mentaliteitswijziging voor nodig. Ook bij de ouders. Sommige ouders vechten hard voor inclusief onderwijs, maar dat vraagt veel energie. Inclusief onderwijs is daarom momenteel vooral voor de midden- of de hogere klasse”, zegt Conings.

Een andere reden voor het mislukken van inclusie, is de financiering. “Voor ondersteuning van onder meer kinderen met gedragsstoornissen of met autisme in het gewoon onderwijs, is een geplafonneerd budget voorzien voor heel Vlaanderen. Het aantal kinderen met die specifieke onderwijsbehoeften is exponentieel gestegen, maar dat budget niet. Met als gevolg dat die leerlingen vorig jaar in Limburg amper één uur per week ondersteuning kregen. Een druppel op een hete plaat”, zegt Konings. Onderwijs wordt voor de rest gefinancierd aan de hand van het aantal leerlingen. Het budget is dus nooit afgetopt. Behalve voor kinderen met bepaalde noden in het gewoon onderwijs. “Een van de afspraken was dat leerkrachten in het gewoon onderwijs versterkt zouden worden. Maar ook daar is tot nu toe te weinig op ingezet.”